Statuten en Huishoudelijk reglement

CMI statuten
versie 001 25 oktober 1999

Naam, zetel en duur.

Artikel 1.

  1. De stichting draagt de naam: Stichting Career Management Institute Netherlands; bij verkorting genaamd: CMI.  
  2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Wageningen.
  3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Doel

Artikel 2.

De stichting heeft ten doel: Het bevorderen en verhogen van de professionaliteit op het gebied van loopbaanadvisering cum annexis onder andere door middel van toetsing en certificering. Dit impliceert met name:

  1. waarborgen van een officiële internationale erkenning voor Nederlandse Loopbaanadviseurs;
  2. ontwikkelen en eventueel aanpassen aan de Nederlandse loopbaanadviespraktijk van internationaal erkende kwaliteitscriteria;
  3. periodieke toetsing van individuele praktijkervaring en deskundigheidsniveau aan de hand van de kwaliteitscriteria,

en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

Vermogen

Artikel 3.

Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:

  • subsidies en donaties;
  • alle andere verkrijgingen en baten.

Bestuur

Artikel 4.

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste vijf leden en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Het aantal leden wordt met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.
  2. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van een secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
  3. Bij het ontstaan van een vacature in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature daarin voorzien door de benoeming van een opvolger.
  4. Mocht in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur, behoudens het bepaalde in artikel 7.
  5. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun funktie gemaakte kosten.

Bestuursvergaderingen en bestuursbesluiten

Artikel 5.

  1. De bestuursvergaderingen worden gehouden in de plaats waar de stichting gevestigd is.
  2. Ieder kalenderjaar wordt tenminste één vergadering gehouden.
  3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
  4. De oproeping tot de vergadering geschiedt behoudens het in lid 3 bepaalde door de voorzitter, tenminste zeven dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet medegerekend, door middel van oproepingsbrieven.
  5. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
  6. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
  7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
  8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
  9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig is.
  10. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat bij de notulen wordt gevoegd.
  11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.
  12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  13. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

Bestuursbevoegdheid en vertegenwoordiging

Artikel 6.

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur is niet bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.

Artikel 7

De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur of door twee gezamenlijk handelende bestuursleden waaronder de voorzitter.

Einde bestuurslidmaatschap

Artikel 8

Het bestuurslidmaatschap eindigt:

  1. door ontslag van een bestuurslid na een daartoe door de overige bestuursleden eenstemmig genomen besluit, welk besluit slechts kan worden genomen in een daartoe speciaal bijeengeroepen bestuursvergadering, indien het voltallige bestuur uit tenminste drie leden bestaat;
  2. voorts eindigt het bestuurslidmaatschap door overlijden van een bestuurslid,
  3. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen,
  4. bij schriftelijke ontslagneming (bedanken),
  5. alsmede bij ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Boekjaar en jaarstukken

Artikel 9

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
  2. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden.
  3. De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld.

Reglement

Artikel 10

  1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
  2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
  3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.
  4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.

Statutenwijziging

Artikel 11

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.
  2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notarële akte tot stand komen.
  3. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Openbaar Stichtingenregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft.

Ontbinding en vereffening

Artikel 12

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
  2. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.
  3. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
  4. De vereffening geschiedt door het bestuur.
  5. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 11 lid 3.
  6. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
  7. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting.
  8. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende dertig jaren berusten onder de jongste vereffenaar.

Slotbepaling

Artikel 13

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.

 

---------------------

CMI Huishoudelijk Reglement

1 januari 2017 versie 003  

 

Artikel 1
In de statuten van CMI is het navolgende artikel opgenomen dat een huishoudelijk reglement wettigt:

“Artikel 10 van de statuten:.

1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.

2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.

4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van de statuten van toepassing.”

Artikel 2

Artikel 3 van de statuten van CMI luidt als volgt:

“Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door

  • Subsidies en donaties
  • Alle andere verkrijgingen en baten.”

Om de onafhankelijkheid van CMI te garanderen zijn subsidies, donaties en andere verkrijgingen (baten) slecht mogelijk indien onomstotelijk vast staat dat dergelijke subsidies, donaties en verkrijgingen alleen dan verstrekt worden als daardoor de onafhankelijke positie van CMI niet wordt aangetast.

Artikel 3
In artikel 4 van de statuten van CMI is vermeld dat het (algemeen) bestuur uit minimaal 5 leden bestaat. Om de dagelijkse gang van zaken te vereenvoudigen kan uit hun midden een dagelijks bestuur geformeerd worden met drie leden, dat, mits alle drie onvoorwaardelijk akkoord gaan, voorstellen van de voorzitter van het bestuur kunnen accorderen.

Artikel 4
Slotbepaling
In overeenstemming met de statuten kan het huishoudelijk reglement steeds worden gewijzigd worden als het bestuur daartoe besluit.