Beoordeling

De toetsing geschiedt met gebruikmaking van het rapportageformulier (voorbereiding op mondelinge toetsing door elk commissielid afzonderlijk) en het protocol (ondertekend door de twee commissieleden met het advies n.a.v. de toetsing. Een afwijkende mening van een commissielid is mogelijk).

Het rapportageformulier is zo ingedeeld, dat de vragen

  • over het voorbeeld in het dossier (vakinhoudelijk) relevant is
  • inzake eventueel afwijkingen van de norm,
  • gemakkelijk te noteren zijn. Indien er een mogelijke afwijking geconstateerd is, wordt een vraag hierover geformuleerd en op het formulier genoteerd.

 

De beoordelaar wordt er tevens op gewezen dat de controle inzake de zgn. “harde eisen’ en de tevredenheidverklaringen door het secretariaat zijn uitgevoerd. Bij recertificering worden de aangeleverde bewijsstukken van de ontwikkelpunten door het secretariaat nagekeken en steekproefsgewijs geverifieerd. De procedure inzake de steekproef voor de bewijsstukken is als volgt vastgelegd:

A niveau: minimaal te behalen punten: 16 punten. Indien 16-19 punten worden behaald wordt 2x per mail geverifieerd. Bij 20 – 24 punten wordt 1x per mail geverifieerd. Bij meer dan 24 punten wordt niet geverifieerd.

B en C niveau: minimaal te behalen punten: 24 punten. Indien 24-29 punten worden behaald wordt 2x per mail geverifieerd. Bij 30-36 punten wordt 1x per mail geverifieerd. Bij meer dan 36 punten wordt niet geverifieerd

Tijdens de mondelinge voorbereiding van de toetsing door de toetsingscommissie, wordt overeengekomen welke vragen er gesteld zullen worden. De vragen worden vastgelegd in het protocol. Tijdens de toetsing worden de antwoorden, die de kandidaat geeft, eveneens vastgelegd op het protocol. De commissie geeft aan of het antwoord dat de kandidaat geeft aan de norm voldoet Ieder lid van de commissie parafeert de goedkeuring van het antwoord.

De vragen en de antwoorden en het oordeel van de commissie, worden in het protocol verzameld. Indien het oordeel niet unaniem is, dient de individuele waardering van de verschillende leden tot uiting te komen.

Voorafgaande aan de mondelinge toetsing dient de kandidaat zich te legitimeren; het nummer van het legitimatiebewijs wordt vastgelegd op het protocol.

 

De rapportageformulieren en het protocol worden aan de schema manager in zijn rol als certificatie beslisser ter hand gesteld. Op het protocol is ruimte open gelaten om aan te geven of er geconstateerde afwijkingen waren in het gepresenteerde dossier. De voorzitter levert tevens een beoordeling in van de mentoren die aan de toetsing hebben meegedaan. Indien van toepassing tevens een beoordeling van een mentor ‘in opleiding’, die de toetsing als toehoorder bijwoont.

 

 

De besluitvorming

  • De certificatiebeslisser neemt kennis van het advies en neemt naar aanleiding daarvan een beslissing inzake certificering en tekent het certificatiebeslissing document. DNV GL gaat pas over tot certificatie als er is voldaan aan alle gestelde eisen.
  • DNV GL stuurt het certificaat en een kopie van het certificatiebeslissing document aan de kandidaat. DNV GL blijft eigenaar van het certificaat.
  • De kandidaat rondt het dossier uiterlijk twee weken voor toetsing af en verzendt het dossier volgens de instructie in het format aan, zowel DNV GL als de kandidaat ontvangen het (digitale) versie in PDF format.