Verbijzondering Beroepsprofiel

  1. Verbijzondering Kennisgebieden van de loopbaanprofessional (versie 2012)
    1. Kennis van bestaande instrumenten, methodieken en assessments

      Niveau A, B en C: De loopbaanprofessional heeft een overzicht van gangbare methoden en instrumenten t.b.v. loopbaanbegeleiding, assessment en coaching en weet hoe deze zijn toe te passen en in welke situatie ze bruikbaar zijn voor welke specifieke cliënt.

    2. Kennis van levensloopontwikkeling, behoefte en motieven van de cliënt

      Niveau A, B en C: De loopbaanprofessional heeft een overzicht van de belangrijkste literatuur over universele behoeften en motieven en de levensloopontwikkeling van de mens. De loopbaanprofessional kan ontwikkelingsproblematiek en psychische aandoeningen van de mens onderkennen.

    3. Kennis van organisaties, organisatiestructuren en organisatieontwikkeling

      Niveau A, B en C: De loopbaanprofessional heeft een overzicht van de belangrijkste literatuur met betrekking tot structuren en ontwikkeling van organisaties. De loopbaanprofessional kan meedenken over communicatieprocessen, besluitvorming en leidinggeven in organisaties.

    4. Kennis van de arbeidsmarkt en arbeidsmarktontwikkeling

      Niveau A, B en C: De loopbaanprofessional heeft breed overzicht van de arbeidsmarkt en van huidige en toekomstige arbeidsmarktontwikkelingen en kan zijn netwerk inzetten.

    5. Kennis van beroepen en opleidingen

      Niveau A, B en C: De loopbaanprofessional kent de inrichting van het Nederlandse onderwijssysteem, de toelatingseisen aan beroepsopleidingen, bestaande beroepen en functies, en weet welke veranderingen er binnen beroepen en functies plaatsvinden.

 

2. Matrix verbijzonderde taken, specifieke competenties en kennissectoren.

 

TAKEN 

Specifieke competenties en kennissectoren

Taken op A-niveau

 

 

Specifieke competenties en kennissectoren

Inlevingsvermogen

Effectief communiceren

Adviseren

 

 

Kennis van: de ontwikkeling, behoeften en motieven van cliënten

1. Beoordelen tijdens intakes

A. de loopbaanprofessional maakt de vraagstelling helder en legt uit hoe   het proces verloopt

B. idem als bij A, en gaat in op de vraagstelling

C. idem als bij B,en is ook verantwoordelijk voor

het contract

2. Het toepassen van een gerichte assessments

A. een voorbeeld van een assessment methodiek en/of instrument, die kan leiden tot ontwikkeling of motivering van cliënten Kent het verschil tussen loopbaanadvisering en therapie en handelt daarnaar.

B. idem als bij A en adviseert naar aanleiding van de assessment en/of instrument, de cliënt  passend in zijn loopbaanontwikkeling

C. idem als bij B

 

Inlevingsvermogen

Effectief communiceren

Adviseren

 

 

Kennis van. bestaande instrumenten en methodieken en de ontwikkeling, behoeften en motieven van cliënten

3. Begeleiden  naar passend ander werk

A. niveau A. begeleidt de cliënt volgens een gestructureerde methodiek, die  bijvoorbeeld in een adviseurhandboek is beschreven

B. begeleidt de cliënt op maat. Dus naar de behoefte van de cliënt

C. idem als bij B niveau

 

Onafhankelijkheid

Reflecteren

Adviseren

Coachen

Kennis van: bestaande instrumenten en methodieken, de ontwikkeling, behoeften en motieven van cliënten, de arbeidsmarkt en de kennis van beroepen en opleidingen

4. Begeleiden of coachen in de loopbaan

A. begeleidt de cliënt volgens een gestructureerde methodiek, die  bijvoorbeeld in een adviseurhandboek is beschreven

B. begeleidt de cliënt op maat. Dus naar de behoefte van de cliënt

C. idem als bij B niveau

 

Inlevingsvermogen

Effectief communiceren

Reflecteren

Adviseren

Coachen

Alle kennis sectoren

5. Begeleiden in groepen

A. begeleidt groepen volgens een gestructureerde methodiek, die

bijvoorbeeld in een adviseurhandboek is beschreven

B. begeleidt de groep met een eigen op maat ontworpen training

C. begeleidt de groep met een eigen op maat ontworpen training en voert intervisie uit met de groep

 

Effectief communiceren

Reflecteren

Coachen

 

Kennis van: bestaande instrumenten en methodieken en van: de ontwikkeling, behoeften en motieven van cliënten

6. Begeleiden naar de arbeidsmarkt

A. heeft kennis van en volgt ontwikkelingen op de arbeidsmarkt; werkt systematisch met de cliënt in de arbeidsmarkt ori«ntatiefase.

B. idem als bij A, maar heeft in alle sectoren een netwerk en kent de ontwikkeling per sector, bijvoorbeeld hoe de afzonderlijke sectoren reageren op conjunctuur schommelingen

C. idem als bij B, maar weet hier ook strategisch mee om te gaan in de gesprekken met cliënten en opdrachtgevers

 

Effectief communiceren

Adviseren

 

 

 

Alle kennissectoren

7. Begeleiden in het doorzien van 
organisatieculturen

A. kent de organisatiestructuren en organisatieculturen van kleine, middelgrote en grote organisaties en kan dit goed duidelijk maken aan cliënten

B. idem als bij A en kan cliënten adviseren inzake een passende organisatie.

C. idem als bij B.en kan tevens opdrachtgevers adviseren

 

 

Effectief communiceren

Adviseren

 

 

Kennis van: bestaande instrumenten en methodieken , van: de ontwikkeling, behoeften en motieven van cliënten en van organisaties, organisatiestructuren en organisatieontwikkeling

8. Begeleiden in de keuze van beroepen en opleidingen

A. kent de mogelijke beroepen en opleidingen per sector en kan dit per sector goed duidelijk maken aan cliënten en kan cliënten adviseren inzake een passend beroep of opleiding

B. idem als bij A en kan beroepskeuze onderzoek uitvoeren

C. idem als bij B.

 

Effectief communiceren

Adviseren

 

 

Kennis van: bestaande instrumenten en methodieken, de ontwikkeling, behoeften en motieven van cliënten, de arbeidsmarkt en de kennis van beroepen en opleidingen

   

TAKEN op B- niveau

Specifieke competenties  en kennissectoren

9. Omgang met opdrachtgevers

A. niet van toepassing

B. kan een relatie met opdrachtgevers opbouwen en onderhouden

C. bouwt duurzame relaties op met opdrachtgevers door ondermeer feedback en ongevraagd advies te geven. De loopbaanprofessional initieert tevens nieuwe diensten ten behoeve van opdrachtgevers.

 

Effectief communiceren

Adviseren

 

 

Kennis van organisaties, organisatiestructuren en organisatieontwikkeling

10.Loopbaanadvies en coaching voor cliënten op alle niveaus

A. niveau: niet van toepassing

B. niveau: kan elke loopbaanvraag afhandelen en verwijst op terreinen, die niet tot de eigen discipline van de loopbaanprofessional behoren

C. idem als bij B

 

Inlevingsvermogen

Effectief communiceren

Reflecteren

Adviseren

Coachen

Alle kennis sectoren

11. Leiding geven aan trainingen van groepen rond loopbaanthema's

A. niet van toepassing

B. voert maatwerk uit voor opdrachtgevers

C. idem als bij B; ontwerpt maatwerktrainingen

 

Effectief communiceren en Reflecteren

Coachen

 

Kennis van: bestaande instrumenten en methodieken, behoeften en motieven van cliënten, van organisaties, organisatiestructuren en organisatieontwikkeling, van de arbeidsmarkt en van beroepen en opleidingen

12. Opzetten en uitvoeren van meervoudige/ complexe assessments

A. niet van toepassing

B. maakt voor elke loopbaanvraag een passend set van vragenlijsten

C. idem als bij B. en adviseert opdrachtgevers bij vragen over assessment  in het kader van loopbaanbeleid

 

 

Adviseren

 

 

Kennis van: bestaande instrumenten en methodieken, behoeften en motieven van cliënten

13. Het adviseren van organisaties inzake loopbaanbegeleiding en loopbaancoaching

A. niet van toepassing

B. adviseert opdrachtgevers vanuit de ervaring als loopbaancoach om organisatorische en beleidsmatige stappen te nemen rond loopbaanontwikkeling

C. adviseert opdrachtgevers over een systematische aanpak voor beleid en uitvoering van loopbaanontwikkeling.

 

Effectief communiceren en Adviseren

 

 

 

 

Kennis van alle vijf kennis- sectoren

   

TAKEN op C-niveau

Specifieke competenties  en kennissectore

14. Het adviseren van organisaties inzake loopbaanbeleid en strategie

A. niet van toepassing

B. niet van toepassing

C. adviseren van organisaties op het gebied van employability en mobiliteit

 

Effectief communiceren

Reflecteren

Adviseren

 

Kennis van alle vijf  kennis sectoren

15. Het schrijven van publicaties in het vakgebied

A. niet van toepassing

B. niet van toepassing

C. het schrijven van publicaties in een vakblad uit het vakgebied

 

Effectief communiceren

Reflecteren

Kennis van alle vijf kennis- sectoren

16. Het geven van lezingen in het vakgebied

A. niet van toepassing

B. niet van toepassing

C. het geven van lezingen in het vakgebied (extern)

 

Effectief communiceren

Reflecteren

 

Kennis van alle vijf kennissectoren

17. Loopbaanontwikkeling internationaal uitdragen

A. niet van toepassing

B. niet van toepassing

C. loopbaanontwikkeling en loopbaanadvisering internationaal uitdragen

 

Adviseren

 

 

Kennis van alle vijf kennissectoren

18. Advisering op het gebied van instroom, doorstroom en uitstroom

A. niet van toepassing

B. niet van toepassing

C. advisering op het gebied van instroom, doorstroom en uitstroom

 

Effectief communiceren

 

 

Kennis van alle vijf kennissectoren

19. Ontwikkelen en uitdragen van een toekomstvisie 

A. niet van toepassing

B. niet van toepassing

C. ontwikkelen en uitdragen van een toekomstvisie op het vakgebied

 

Adviseren

 

Kennis van alle vijf kennissectoren

20. Meewerken aan de ontwikkeling van loopbaanprofessionals

A. niet van toepassing

B. niet van toepassing

C. ontwikkelen en uitvoeren van opleiding en training van loopbaanprofessionals

 

Effectief communiceren

Coachen

 

Kennis van alle vijf kennissectoren

21. Leiding geven aan loopbaanprofessionals

A. niet van toepassing

B. niet van toepassing

 

Coachen

Kennis van alle vijf kennissectoren